Wie binnenkort een nieuwe rentevaste periode moet afspreken voor z’n hypotheek en kan profiteren van de lage hypotheekrente, ziet z’n maandlasten fors dalen. Toch?

Niet als je een zogenoemde spaarhypotheek of bankspaarhypotheek hebt.

Bij spaarhypotheken en bankspaarhypotheken is namelijk iets speciaals aan de hand. Aan de ene kant heb je de rente die je betaalt voor een aflossingsvrije lening; aan de andere kant bouw je via premie-inleg een spaarpot op waarmee je aan het eind van de looptijd de lening aflost. Die twee rentes zijn meestal gelijk bij spaarhypotheken en veranderen dus allebei als je een nieuwe rentevaste periode kiest. Gevolg is dat een lagere hypotheekrente niet evenredig doorwerkt in de totale maandlasten, en omgekeerd.

Dat zit zo:

Als de hypotheekrente daalt, daalt ook de rente die je krijgt voor de opbouw van de spaarpot. Dat laatste heeft weer gevolgen voor de maandelijkse spaarpremie. De inleg moet bij een lagere rente omhoog, om te zorgen dat je het beoogde eindbedrag haalt om de hypotheeklening mee af te lossen.

Lagere rentelasten voor de hypotheeklening gaan zodoende gepaard met een hogere inleg voor de vermogensopbouw en dat zorgt ervoor dat het netto-effect van lagere hypotheekrente op de maandlasten beperkt is.

2018-12-04T10:05:26+00:00

Elke maandag gratis inloopdag

WhatsApp met ons